Spitsbergen is het grootste eiland in de eilandengroep Svalbard. Noren spreken vaker over Svalbard dan Spitsbergen. De naam Spitsbergen is gegeven door de Nederlander Willem Barentsz in 1596, toen hij onderweg was naar Nova Zembla, op zoek naar een noordelijke route naar Oost-Azië.
De ontdekking van Barentsz werd gevolgd door een hectische walvisjacht waaraan niet alleen de Nederlanders en Engelsen deelnamen maar ook de Noren, Fransen en Basken. Al snel werden er nederzettingen aan de kust van Spitsbergen gevestigd waar het walvisvlees in massieve koperen ketels werd gekookt. De Nederlandse nederzetting ‘Smeerenburg’ was de grootste nederzetting op Spitsbergen en telde 1200 inwoners in het hoogseizoen van de walvisjacht.
In het begin van deze eeuw werd er op Spitsbergen steenkool gevonden. Aanvankelijk werkten Amerikanen, Britten, Nederlanders, Duisters, Russen en Noren in de mijnen, maar er ontstonden conflicten over de rechten van de mijn. Dit probleem kon alleen opgelost worden wanneer Spitsbergen tot een souvereine staat benoemd zou worden.
Het Verdrag van Svalbard
In het ‘Verdrag van Svalbard’ gaf Noorwegen in 1920 de eilandengroep souvereiniteit. De Verenigde Staten, Denemarken, Frankrijk, Italie, Japan, Nederland, Groot Britannie en Zweden ondertekenden het verdrag. In 1924 ondertekenden de Duitsers het verdrag en in 1943 deed Rusland hetzelfde. Een totaal van 40 landen heeft nu het verdrag ondertekend. Spitsbergen werd onderdeel van het Noorse koninkrijk op 14 augustus 1925.
Het landschap
De natuur in Spitsbergen is fascinerend. Hoge bergen, een rotsachtige kust en adembenemende fjorden. Aan de westkust van Spitsbergen vindt men de bergen de Monacofjellet en Tyskertoppen (respectief 1.084 en 1.012 meter boven zeeniveau), maar de hoogste berg, Perriertoppen of Newtontoppen, ligt ten oosten van de Widjefjorden en ligt 1.717 meter boven zeeniveau. Deze bergen met spitse bergpunten inspireerden Willen Barentsz om de eilandengroep Spitsbergen te noemen.
Vandaag de dag is ongeveer 60% van Spistbergen bedekt met ‘eeuwig’ ijs (permafrost).
Mineraalbronnen
De steenkool die nu op Spitsbergen te vinden is werd tijdens enkele geologische perioden gevormd. Steenkool wordt sinds het begin van deze eeuw gedelft. Sinds 1920-1930 zijn het alleen nog de Noren en de Russen die naar steenkool delven. De Russische productie is ongeveer 500.000 ton per jaar en Noorwegen haalt 400.000 ton steenkool naar boven.
De bergen bevatten ook waardevolle mineralen zoals fosfaat, asbest, ijzererts, galena, zink en koperpyriet. De hoeveelheden zijn echter niet toereikend om er financieel beter van te worden.
Langs de kust van Spitsbergen is veel gezocht naar olie en gas. maar tot nu toe zonder resultaat. Wel is er dankzij deze boringen weer veel informatie over de geologie van Spitsbergen naar boven gekomen.
Bescherming van het milieu
Hoewel economische activiteiten op Spitsbergen worden gestimuleerd en aangemoedigd, moeten nieuwkomers zich houden aan zeer strikte milieuvoorschriften. Een vereiste, die ook in het Verdrag van Svalbard is opgenomen, is dat Noorwegen regels maakt om de flora & fauna op Spitsbergen te beschermen en te behouden.
De autoriteiten hebben drie nationale parken opgericht (Sør-Spitsbergen, Forlandet en Nordvest-Spitsbergen), twee natuurreservaten (Nordøst en Sørøst- Svalbard), drie ‘plantbeschermingsgebieden’ (Midt-Spitsbergen), en vijftien vogelgebieden (langs de westkust van Spitsbergen). Van bezoekers wordt verlangt en verwacht dat zij met de grootste voorzichtigheid met plant en dier om zullen springen. Er is een algemeen verbod op gemotoriseerde voertuigen (met bepaalde uitzonderingen voor de locale bevolking). Jagen is toegestaan buiten de beschermde gebieden.
Bijna de helft van Spitsbergen is beschermd gebied. Grote delen van de beschermde gebieden bestaan uit gletsjers.
Flora en fauna
Wanneer het ijs in de lente smelt, vermenigvuldigd de plankton, in de Barents zee, zich als een razende. Plankton vormt de hoofd voedselbron voor alle fauna van Spitsbergen. Deze enorme productie is de levensbron voor vissen, zeeleeuwen en zeevogels.
Oceanografische- en klimaatverschillen hebben een aanzienlijke invloed op het plantenleven. Langs de westkust bestaat de vegetatie uit bloemen en tapijten van mos en gras, in het noorden en oosten zijn de planten kleiner en de grote gebieden onvruchtbaar. Tot nu toe zijn 164 plantensoorten op Svalbard geteld. Er zijn geen gewone bomen of struiken.
Er zijn slechts vier soorten zoogdieren op Spitsbergen te vinden: de ijsbeer, de arctische vos, het rendier en de veldmuis. In 1930 is er een kudde bizons op het eiland uitgezet, maar in 1985 was de hele kudde uitgestorven.
Tijdens de zomer zijn de ijsberen aan de noord- en oostkust van Spitsbergen te vinden. In de winter zwerven ze vooral langs de westkust, maar ook in de zomer zwerven ze hier weleens rond. Oudere, mannelijke ijsberen kunnen hongerig en zeer agressief zijn. De ijsbeer wordt beschreven als bijziend en zeer nieuwsgierig en als een dier waarvan het wenselijk is om grote afstand van te bewaren. Op Spitsbergen zijn ongeveer 2000 ijsberen die gemiddeld 20 jaar oud worden.
Toerisme
Spitsbergen is aantrekkelijk zowel voor onderzoekers als voor toeristen, omdat het het meest toegankelijke Arctische gebied van alle hoog-Arctische gebieden is.
Het behoud van de ruige landschappen en ongerepte natuur van Spitsbergen dient twee doelen. Het beschermen is een doel opzich en bovendien is het van belang om in de toekomst onderzoek te kunnen blijven doen naar onder andere de geschiedenis van de aarde. In een plan voor toekomstige commerciële activiteiten op Spitsbergen zijn nieuwe banen gecreëerd in beide sectoren.
Sinds 1800 probeert Spitsbergen het toerisme op het eiland te stimuleren. De opening van de Longyearbyen luchthaven in 1975 was een enorme impuls voor het toerisme. De SAS (Scandinavian Airlines) vliegt tegenwoordig vijf keer in de week van Tromsø naar Longyearbyen.
De hoofdstad, Lonyearbyen, heeft een buslijn, taxi’s en autoverhuurbedrijven, maar het tekort aan wegen buiten de bewoonde gebieden beperkt het reizen aanzienlijk.
Nieuw Ålesund is twee maal per week per vliegtuigje te bereiken. In de winter is er de mogelijkheid om een hondenslee met gids te huren en in de zomer zijn georganiseerde wandeltochten populair. Er kunnen ook rubberboten worden gehuurd om de kust van Spitsbergen te verkennen.
Om Spitsbergen binnen te komen is noch visum noch paspoort vereist. Voor veiligheidsredenen moeten toeristen en expeditieleden zich wel inschrijven en melden welke route zij van plan zijn af te leggen en hoe lang deze gaat duren.
Jaarlijks brengen zo’n 20.000 toeristen een bezoek aan Spitsbergen.
Heeft u een opmerking over of
een tip voor deze pagina? Mail de webmaster.