Voor onroerend goed met een perceel oppervlakte van meer dan 20.000 m2 moet vaak konsesjon aangevraagd worden. Dit is een toestemming van de gemeente, of het landbouwdepartement voor de koop van het onroerend goed. Sinds de nieuwe wet van 1 januari 2004 kunnen landbouweigendommen met een perceeloppervlakte van maximaal 100.000 m2 zonder konsesjon verkocht worden wanneer niet meer dan 20.000 m2 van het perceel volledig verbouwd is.
Een gemeente kan er ook voor kiezen een konsesjongrens van 0 in te voeren. Dit betekent dat voor elke woning toestemming zal moeten worden gevraagd voor de koop.
Doel van de konsesjon:
''De wet op de konsesjon heeft tot doel de omzet van onroerend goed te reguleren en controleren om een effectieve bescherming te vormen voor de productieoppervlaktes van de landbouw en zulke eigenaars- en gebruiksvehoudingen die het meest bevorderlijk zijn voor de samenleving, o.a. om de volgende belangen te behartigen:
de behoefte van volgende generaties
de landbouw
de behoefte voor uitbreidingsmogelijkheden
consideratie voor het milieu, algemene natuurbescherming
Wanneer er odel - erfrecht - op een eigendom rust, wordt het eigendom odelsjord (odelsgrond) genoemd. Er kan alleen odel rusten op een eigendom met meer dan 20.000 m2 landbouwgrond. Wanneer het perceel alleen uit bos bestaat, moet het productieve bosareaal minimaal 100.000 m2 zijn. Een eigendom wordt geen odelsjord voor het 20 jaar in het bezit van de familie is geweest.
De volgorde voor de odel is gelijk voor mannen en vrouwen die na 1 januari 1965 zijn geboren. In Europa hebben alleen Noorwegen en Ijsland nog odelsrecht in de vorm van een wet.
Het odelsrecht houdt in dat wanneer de eigenaar van odelsjord overlijdt, degene met het beste odelsrecht onder bepaalde voorwaarden het eigendom kan overnemen. Hetzelfde geldt bij verkoop van odelsjord: nakomelingen van de verkoper kunnen tot een jaar na overdracht nog een beroep doen op de odel.